Verdwaald

Verdwaald in een bos van dromen.
Onlosmakelijk zijn de verlangens die komen.
Op een dag smeed ik hier mijn lied.
Opdat ik vrij ben van verdriet.
Vrijheid staat boven aan.
Los van verantwoordelijkheden over het bestaan.

Schijnvrijheid

Bij de gedachte rilt m’n huid, mezelf vastzetten, nee ik geef niet thuis.
Mij krijg je niet in de structuur, werk, relatie of zelfs de huur.
Overschatting van m’n schijnvrijheid bepaald m’n eigenheid.
Tot mijn spijt ben ik het al kwijt, verloren van de toewijding aan de strijd.
Altijd is er wat aan de hand en vandaag ben ik weer mijn gezworen vijand.
                   

Verlangen

Wat ik weet van verlangen
Eindeloos en leeg maar toch zo ontspannen.
Duidelijkheid en gedrevenheid maar toch zo gespannen.

Een wens voor m’n vrijheid bleek een zware strijd, tot mijn spijt, een leven vrij van verlangen is niet wat het lijkt.

Zonder verlangen, de gedachtes verbannen is ook niet ontspannen.
Wazig en verloren het pad wijst niet naar voren.

Wat moet ik aan, met een bestaan, niet wetend, de reden waarvoor het zich waant.

Genade

Vermoeidheid wees genadig voor uw slaaf
Lege woorden in conclaaf
Zie niks zitten, ga maar liggen, maak me groot, geef hier die hoop
Wat is een dag op een levensloop
Toegegeven hoofd niet langer geheven, lichaam neergestreken
Opgegeven stilgezwegen onder de vermoeidheid bezweken

Lief kind

Moeilijke tijden voor een lief kind
hoop dat je niet vergeet dat liefde overwint
Ook al verraden je littekens de pijn
Ook voor jou zal er op een dag liefde mogelijk zijn

 

Uitzichtloos

Mijn ogen voelen droog de tranen zitten hoog, uitzichtloos.
Mijn hoofd zit vol het eist zijn tol de focus op het gemis wetend dat dit geen leven is.
De leegte is daar, verloren van het ge’maar was jij maar hier of was ik maar daar.

Toen de deur even open was

Weet je nog die dag dat ik je huilend zag.
Dat je me in vertrouwen nam ook al had een rotdag.
Dat je me binnenliet ook al was daar verdriet.
Dat ik er voor je mocht zijn ook al deelde je nooit je pijn.

Weet je nog die dag dat ik je huilend zag.
Dat je het niet meer kon verbergen met een lach.

Tot mijn verdriet.
Mij daarna verried.
Mij gelijk weer verliet.

Zomertijd

Weet jij nog van die tijd
We leefde de zomer zonder spijt
Vraag mezelf af hoe jij het bekijkt
Zodra ik me ogen sluit krijg ik onze klik aangereikt
De warmte die op me neerstrijkt
Weet jij nog van die tijd
We tekende een hart met stoepkrijt
Dus ik vraag je naar die tijd terwijl ik op mijn nagelbijt

Helaas was de herinnering versleten
Van een klik nooit iets af geweten
In de warmte lopen zweten
later die dag nog zo lekker gegeten

 

Zon

 

Toen de zon niet scheen
Was ik opeens alleen
blijkbaar hadden we alleen het gebruik gemeen
Nu zit ik in een afkick kliniek
En is er niemand die me ziet

Tot mijn spijt

Wat ik mezelf verwijt na al die tijd.
Nog steeds ben jij die mooie meid.
Maar niet meer naïef, nee dat ben je kwijt.

De tijd is ons vervlogen tot driemaal toe vond ik je mededogen.
Als nog je hart gebroken, verslaving had me ziel verloochend.
Nu ben je niet meer breekbaar en open het spijt me dat het hier op is uitgelopen.

Ik zie dat je begrijpt dat de liefde niet zomaar binnenrijd.
Zo makkelijk een helpende hand ondermijnd of je gevoel verkleint.
Wat ik mezelf verwijt na al die tijd, de onschuld ben je voor altijd kwijt.

Uitgegeten

Een leuke jongen maar altijd alleen onder de mensen.
Welke zonde drijven hem tot zijn eigen destructie te wensen.
Zijn gedachtes blijven steken op vergeten
Want niemand hoort zijn hulpkreten.
Nu blijft zijn stoel leeg bij het avondeten.
Hij heeft zijn plek in de wereld nooit geweten.

Weerstand

Ruige weerstand is in mijn hoofd gestrand.
Mijn hersenkwab is aangebrand de gedachtes komen in opstand.
Verzonken met mijn schaduwkant een tragische gemoedstoestand.
Was er maar een zielsverwant die ik ontmoete aan de andere kant.

Gaan

Pak m’n hand, we verlaten het land.
Samen delen we de spijt van wat er achterblijft.
Ik wil namelijk niet meer terug, desnoods draag ik je op me rug.
Vlug we moeten gaan, vertel het aan niemand want ze zullen ons tegengaan.

tumblr_nvkndphep51qja5e1o1_500

Winterjas

Ik wou, ik wil, ik was.
liefde als een winterjas.
Door weer en wind gedreven
opeens was ik verlegen.
Het was zo ongelegen
Onze ogen kruiste tussen kronkelwegen.
Nu zijn we verafgelegen
Het normale ontstegen
In het gras de liefde bedreven

Alleen

Je hoeft het niet eens te vragen voor jou zal ik me leven wagen
Diep en breed ik hoop dat je niet vergeet hoe mijn hart beweegt.
Ik vloog er over heen toen jij verscheen was dat de reden dat je verdween?

Onbewogen

In een zwaar spoor maar stap voor stap gaat hij door.
Een jeugd had hij nooit gekregen en dat had hij zichzelf verweten.
Een stem trilde van verdriet er was een traan die zijn oog verliet.
Hopend dat niemand het ziet de gedachte aan zwakte maakt hem ziek.
Nu voelt hij niet, boosheid is de bril waardoor hij de wereld ziet.
De focus op overleven hij was niet bekend met medeleven.
Nu laat hij mensen beven zomaar een klapgegeven.
Zwart voor zijn ogen woedend zonder enig mededogen
De wereld heeft hem nooit gemogen dus nu is hij onbewogen.

Regenboog

Een donker uur, in een donkere nacht.
Het licht is uit want niemand word verwacht.
Is dit waar men voor is grootgebracht.
Eenzaam spelend met verbeeldingskracht.
Besluiteloos vergeet de hoop, dit is de regen waardoor men loopt.
Noodzaak ter ontdekking van de regenboog.

 

Witter dan de maan

Laat me leven ik voel me vrij.
Bestaan is gewoon niet voor mij.
Geef me wijn ik vergeet de pijn.
Zoveel speed zeker weten dat ik geniet.
slapen zit er niet in, al dagen wakker laat de demonen in.
Witter dan de maan wat is de rede van m’n bestaan.

Hunkering

Verloren zonen dronken in de nacht, los van de zwaartekracht.
Dochters ijdel, schoon en jong, neem vannacht die sprong.
Ruw dansend naar de maan, vergeet de rest van het bestaan.
Door gaan tot de zon opkomt, er is niemand die de tijd ontkomt.
Geef me jou en ik geef mij, samen rollen door de bloemenwei.
Verbonden in de herinnering, gedeelde hunkering.

Dans met de angst

Een knoop in de maag, de angst, het is daar.
Een bezwaar, de gedachtes beginnen met maar.
Val maar neer, vandaag niet meer alles doet zeer.

Doe een dans met de angst, val niet op die lans.
Voor altijd jong doe maar dom het leven is geen rekensom.
Linksom of rechtsom, het is niet bekend wat men tegenkomt.

Bewaar me

Het fluisteren van de nacht, de stilte, niemand lacht.
Beweeg voorzichtig door de duisternis, er is hier geen verbintenis.
Een zwarte gloed op de plek waar een hart wezen moet.
Bezweken door de leegte de tijd voelt als messteken.
Bewaar me, spaar me, verdraag me, het gewicht van het leven bezwaart me.

 

Wolvenlied

Als een wolf huilend naar de maan.
Laat vannacht je tranen gaan.
Vrees niet de twijfels over het bestaan.
Huil maar kind ik weet wat jou is aangedaan.
De zon komt weer op, vraag maar aan de maan.

Al slaat de wolf vannacht zijn jammerkreet.
haar vacht blijft even dik, hoop dat je het niet vergeet.
Onder de maan delen we hartenleed, zijn glinstering is hemelsbreed.

Ook al voel ik niet jou pijn.
Lief kind geloof me, het mag er zijn.
De wereld is één en al schijn.
Ga nu maar rustig slapen want voor mij zal jij altijd de mooiste zijn.

 

Bekentenis

Vergeet me in de leegte, al smekend, hopend op andere wegen.
Waar is de verbintenis, ben ik alleen, is er niemand die me mist.
De reis naar huis voelt zwaar denken aan morgen is een open blaar.
maanden zijn verstreken zonder een verwachting aan te meten.
Geef me een reden, ben te diep afgegleden, vriendschappen zijn omstreden.
Dit is een bekentenis geschreven vanuit de gevangenis.

Brandmerk

Onbevreesd hoe jij herrees.
Als een filmfragment hoe jij de pijn afwend.
Koud en sterk hoe jij de wereld bewerkt.
Onopgemerkt hoe jij was gebrandmerkt.
Leeft als een afvalrace stiekem heb je weegschaalvrees.

 

Oude wereld-jonge man

Een rijm, een traan, beschrijf een eenzaam bestaan.
Oude wereld, jonge man, wat als veranderen niet kan.
Oneindige geslepenheid, verdwaald in de vergetelheid.
Onzekerheid en ontevredenheid niemand ziet de tederheid.
Een rijm, een traan, lucht je hart voor het slapengaan.
oude wereld, jonge man, er komt een dag dat alles kan.